Over de Tango


Het ontstaan van de Tango gaat inmiddels meer dan 100 jaar terug, maar waar komt de Tango nu eigenlijk vandaan?

De Tango is van oorsprong Japans, zo wordt er wel beweerd, want dans en muziek werden uitgevonden door Japanners die op Cuba woonden.

De Tango is van oorsprong Spaans, want het woord tango is afgeleid van het Spaanse woord tambor, dat trommel betekend en dat zich via een tussenstap, tambo, tot tango heeft ontwikkeld.

De Tango zou zijn wortels hebben in de Afrikaanse cultuur, want tenslotte  is het woord tango afgeleid van het woord Lango, een Kongolese dans, of Shango, een Nigeriaanse god, of nee, van het Bantoewoord tamgoe, dat dansen betekend. Of stamt het woord tango uit de Kongo, waar het “besloten plaats”, of kring, betekend en wat later de benaming werd voor de plaatsen waar de slaven zich voor hun inscheping verzamelden?

We weten het niet zeker. Wel weten we dat de invloed van de muziek van voormalige slaven en hun nazaten van invloed op de tango is geweest.  Deze Afrocreolen brachten de Candombe mee, een rituele dans met elementen uit hun eigen Bantoereligie en uit het Katholicisme. Deze dans die op straatfeesten van de negerbevolking gedanst werd, liep, naar men zei, vaak op bloedige gevechten uit en werd daarom door de overheid verboden. De negers trokken zich daarop terug in gesloten ruimtes om te dansen.

Was het in deze danslokalen dat de tango ontstond?  Een tango die zich in eerste instantie nog sterk van zijn huidige vorm verschilde, waarin de paren op de maat uit elkaar gingen  en zo de bewegingen van de oorspronkelijke candombe imiteerden? Werd deze dans misschien door de compadrito,s uit de Arabal, de wijk van de onderlaag van de bevolking van Buenos Aires, overgenomen en werd ze gedanst in de lokalen waar tot nu toe alleen de traditionele milonga werd gedanst?

Het klinkt aannemelijk, maar vergelijk het instrumentarium van de Candombe met de Tango en dan zie je dat deze weinig gemeen hebben. Geen enkel van de vele percussie-instrumenten die zo typerend zijn voor de Candombe werd ooit gebruikt bij de Tango. Wat de beide dansen wel met elkaar verbind is de “clave”een ritmische vorm die ten grondslag ligt aan de door Afrika beïnvloedde muziek van Latijns Amerika van Urugay tot Cuba en die ook de Afro-Cubaanse Habanera, en de daaruit ontwikkelde Tango Andaluz met invloeden uit de Spaanse flamencomuziek, en de milonga van de goucho’s uit de Pampa’s beïnvloedde. Drie muziekstijlen die zeker van invloed zijn geweest op het ontstaan van de tango. Het ritme van de candombe klinkt als : pam, padadam, padadam, padamapam- pam, padadam, padadam, padamapam

Denk bij het ritme van de Habanera aan Bizets Opera Carmen: pam,pa damtam-pam,pa damtam

We schrijven het jaar 1895, Aan boord van een schip met immigranten op weg naar Buenos Aires bevinden zich de de Napolitaan Pablo, bepakt met een plunjezak met een paar schamele bezittingen, het hoofd vol dromen en het levenslied op de lippen, Juan uit Spanje met één en ander op zijn kerfstok, een gitaar en de Flamenco in zijn bloed, de Pool Janosch met zijn open blik en snelle voeten, eeuwig en altijd in beweging op het ritme van polka en mazurka in zijn hoofd en de Portugees Fernando, met zijn weemoedig gelaat en poëtische ziel, gevlucht van armoe en ellende, verslingerd tussen hoop en heimwee. Al gouw zullen zij van boord gaan en daarmee afscheid nemen van hun identiteit. Hun dromen zullen in één klap als ballonnen uiteenspatten, de mogelijkheid om terug te keren worden hen, door geldgebrek of dubieus verleden, ontzegd. Eén maal voet aan wal verliest Pablo zijn naam en wordt één van de vele cocoliche’s, komische viguren die op groteske wijze de Creoolse inwoners van Bueonos Aires probeerden te imiteren. Juan wordt één van de vele Gallego’s, afgeleid van Gallicier, die bekend staan als simpele boerse pakezels, traag van begrip en nergens voor geschikt. Janosh heet voortaan El Russo, een niet complimenteuze benaming voor Joodse en Oost-Europese immigranten. Fernando, nota bene, met zijn gevoelige ziel en mooie woorden, wordt voortaan Fanfarron, blaaskak, genoemd.

En wie wacht hen daarop? ”El compadrito”, De gaucho zonder paard….

Voorheen de cowboy van de pampa, avonturier te paard. Messentrekker, charmeur, gitaarvirtuoos, romanticus en schurk. Verjaagd van de wijdse pampa’s door speculanten en grootgrondbezitters. Zijn pampa’s, waar hij onder de sterrenhemel zijn milonga’s zong;  Liederen van de landelijke improvisatiezangers die van de enen nederzetting naar de andere trokken, van rancho naar rancho, om de laatste roddels en nieuwtjes al zingend te verspreiden. Deze gaucho’s wedijverden ook onder elkaar. Zij hielden zangwedstrijden, zogenaamde contrapunto’s, waarin ze om het hardst verzen improviseerden met gitaarspel. Deze wedstrijden konden soms dagen duren, net zo lang tot het publiek door middel van een applaus een winnaar verkoos. Deze liederen vormen de basis voor veel Argentijnse volksliederen die ook de tangoteksten beïnvloed hebben.

De milonga van de gaucho´s, de milonga campera, werd meegenomen naar de stad. Uit deze milonga urbana is de milonga die we kennen van de tango ontstaan. Een snellere, vaak vrolijkere vorm van de tango.

Cocoliche, Gallego, El Ruso en Fanfarron kwamen niet verder dan de havenwijken van Buenos Aires, waar zij samen met El compadrito en nog eens 95 procent van de toenmalige bevolking in zogenaamde conventillo’s, huurkazernes, belandden veilig opgeborgen en uit het zicht van de gente decente, de bovenlaag van de bevolking die bezit en macht onder elkaar verdeeld hadden en niet bereid waren ook maar een klein deel daarvan af te staan. Onze vrienden moesten in hun levensonderhoud voorzien als ongeschoolde arbeiders, dienstpersoneel of handwerkers. Hogere onderwijsinstellingen bleven gesloten voor hun kinderen. Onder erbarmelijke omstandigheden leefden zij op elkaar gepakt aan de rand van de stad in de Arabal, in de ogen van de gente decente een gistende prut van minderwaardige bewoners, van moordenaars, politieke vluchtelingen, prostituees en hun pooiers, leeglopers, gokkers en bedelaars…

Hier, in deze, in de ogen van de elite, broedplaats van de hel, te midden van de grootst mogelijke maatschappelijke spanningen, werd de tango geboren.

Om het leven enigszins te verlichten en hun ellende voelbaar te maken, speelden Cocoliche, Gallego, El Russo, Fanfarron, El compadrito en de stedelijke creolen, muziek, in die tijd vooral viool, fluit en gitaar. Habanera, Mazurka, Polka, Wals, Candombe en Milonga herkenden elkaar, troostten elkaar, staken elkaar de loef af, duelleerden met elkaar en improviseerden samen tot een nieuwe muziek en dansvorm ontstond: De Tango.

In die tijd arriveerden er op een schip met een lading nieuwe immigranten, in de plunjezak van een Saksische mijnwerker (of was het in de hutkoffer van een Duitse matroos?), een tot dan toe in Beunos Aires onbekend instrument, de bandonion. El Compadrito stal hem en bracht hem naar de bordelen, de straten en de conventillo’s van de Arrabal, waar hij met open armen werd ontvangen en voorzien van een nieuwe naam: Bandoneon. Een veelzijdig, maar ingewikkeld bespeelbaar instrument. Deze kleine blaasbalg, met zijn vele knoppen en verschillende klankkleuren voor de linker- en de rechter hand, kon in zijn eentje welhaast een heel orkest vervangen. Cocoliche speelde er zijn Napolitaanse deuntjes op, El Russo begeleidde er zijn polka’s en mazurka’s mee, Fanfarron bracht hij tot tranens toe in beroering en spoorde hij aan tot het schrijven van hartverscheurende verzen en Gallego introduceerde hem in zijn tangotrio.

De Tango had een nieuwe stem. Een stem die kon huilen, brommen, klagen en jammeren. Een stem die met zijn warme, melancholische en dan weer schrille tonen de gevoelens van al die ontheemde  arme mensen uit de arabal wist te verwoorden.

Deze bandoneon, die vanaf dat moment onmiskenbaar verbonden is aan de tango, werd menselijke eigenschappen toegedicht, ook wel vergeleken met een in de steek gelaten kind, zo getuigd uit de de tango “Bandoneon arrabalero” van Pascal Contursi:

Bandoneon van de Arrabal,
Oude leeggelopen vouwbalg,
Ik vond jou als een klein kind
Dat door de moeder te vondeling was gelegd
Bij de poort van een huurkazerne met ongepleisterde muren,
In het licht van een kleine lantaarn
Die jou in de nacht bescheen.

Bandoneon
Omdat je ziet dat ik treurig ben
En niet meer kan zingen,
Weet je
Dat ik in mijn ziel
Het brandmerk van de pijn draag.

Ik nam je mee naar huis,
Wiegde je aan mijn koude borst;
Ook ik bevond mij,
In de steek gelaten, in mijn kamer.
Je hebt me willen troosten
Met je schorre stem,
Maar door je smartelijke toon
Raakte ik nog meer van de wijs.

Of werd ook wel de treurende ziel van de tango genoemd, waar men zich mee kon identificeren, zoals blijkt uit de tango “Alma de bandoneón”, ziel van de bandoneon, van Enrique Santos Discepolo

Jouw stem
Bandoneon,
Openbaarde mij
De pijn
Van de mislukking
Die ligt in jouw jammerklacht;
Jij bent de stem van de diepte
Van het duister leven
Zonder genade
Van hen die droomde te vliegen
Maar zijn illusie meesleept en
Over haar huilt…

Net zoals jij droomde ik…
Net zoals jij leefde ik
Zonder mijn doel te bereiken
Ziel van de bandoneon
Ziel die ik in mij meezeul. Stem
Van ongeluk en liefde…
Ik zal je zoeken als ik sterf
Ik zal je roepen bij mijn afscheid
Om je vergiffenis te vragen…
En als ik je in mijn armen houd
Geef ik je mijn hart
In stukken


El Nino bien

Voor de arrogante “gente decente” was de tango zeer verdacht en het lag zeer in hun interesse de arrabal en zijn bewoners, waar de tweede generatie immigranten zich langzaam los probeerden te maken uit het keurslijf van de Argentijnse feodale tweeklassenmaatschappij en haar te liberaliseren, voor de ogen van hun kinderen af te schilderen als broedplaats van de hel, behuisd door pooiers, criminelen en hoeren. De tango bestempelden zij minachtend als  uitdrukkingsloze monotone dans met het gestileerde ritme van de bijslaap. Zielloos, gemaakt voor afgestompte automaten die zich aan de complicaties van het geestelijke leven onttrekken…

Maar, zoals dat gaat, El Nino bien, de goede zoon, nieuwsgierig geworden naar het exotische, kon de lokroep van de arrabal niet weerstaan. Geheel tegen de zin van zijn ouders, sloop hij in het holst van de nacht het huis uit en begaf zich, dekking zoekend in de schaduwen van de  portieken van de statige huizen langs de helverlichte avenida’s van het centrum, richting de nauwe stegen en krochten van de arrabal. Daar werd hij opgewacht door Cocoliche, El Russo, Galleco, fanfarron en compadrito. Aanvankelijk bekeken zij hem met argusogen, compadrito nodigde hem zelfs uit voor een duel met het mes, maar al snel introduceerden zij hem in de drink- en dansgelegenheden waar hij kennis maakte met Milonguita en met haar in zijn armen zijn eerste tango danste.

El Nino Bien raakte gefascineerd door de tango en was steeds vaker te vinden in het gezelschap van Galleco, van wie hij de eerste grepen op de gitaar leerde en onder wiens begeleiding hij algauw zijn eerste tango leerde spelen. Zoals in die tijd gebruikelijk was voor de zonen van welgestelde families uit de bovenlaag van de bevolking van Buenos Aires, werd El Nino bien voor een tijdje naar Parijs gestuurd, waar, op een feestelijke soiree, hem en enkelen van zijn Argentijnse vrienden gevraagd werd naar de muziek van hun vaderland. Het duurde niet lang of er klonk een tango en EL Nino bien bracht de feestvierende Parisiennes  hun eerste passen bij.

Er ontketende zich een ware tangohype in Parijs. Binnen de kortste keren werd er overal tango gedanst: in salons, in theaters, op dansavonden en in nachtclubs. Er waren tangotentoonstellingen, tangoconferenties en tangothees. Men nodigde elkaar uit op de chocoladetango en voor de tangolunch. Er werd zelfs een nieuw parfum met de naam tango gelanceerd, er was een drankje dat tango heette en de dames droegen tangolingerie. Parijs was geïnfecteerd met het virus uit het hart van de arrabal. Een besmettelijk virus, genaamd tango, dat zich al snel verspreidde. Al spoedig werd de tango ook gedanst in in Moskou, Londen, New York, Wenen en Helsinki. Zelfs Tokio bleef niet voor het tangovirus gespaard.

Tango was chic. De Argentijnse bovenlaag die zich aanvankelijk zo afwerend tegenover de tango had opgesteld en haar in eerste instantie vol afkeer en schaamte had afgewezen, kon er niet meer omheen. Nu de door de Argentijnen geadoreerde Parijse elite haar omhelst had en tot in de adelstand verheven, mocht zij ook naar binnen in de elegante salons van Buenos Aires. De Tango deed zijn intrede in centrum van de gente decente en met haar kwamen de mensen die haar hadden gecreëerd; de bewoners van de arrabal, die naar de marge van de samenleving waren gedrongen en steeds luider hun aandeel in de rijkdom van het land opeisten.

Argentinië maakte een economische opleving door. Er werd een tramnet aangelegd om de mobiliteit te bevorderen. Onderwijssystemen en kiesrecht werden hervormd en verbetering van de levens- en werkomstandigheden van de arbeiders nam toe. Er ontstond een derde klasse en de barrio’s van de arrabal veranderden van poel van verderf naar een tehuis voor de families van deze nieuwe middenklasse.

De bordelen, cabarets en nachtclubs verhuisden voor een groot deel naar het centrum van de zogenaamde gente decente. De omgeving van de tango was weliswaar veranderd, toch bezong zij nog steeds de smalle stegen en krochten van de arrabal, maar gespeeld werd zij inmiddels op de grote avenida’s. Het milieu van de tango was eleganter geworden en de vertolkers professioneler. Een nieuwe generatie muzikanten was geboren: De Guardia Nuevo, de nieuwe garde die op het gebied van technische vaardigheden en artistieke expressie hoog scoorde.

Er kwam een einde aan de bloeitijd van de tango. Na de 2e wereldoorlog raakte Argentinië door de politieke doelstellingen van het Peronisme, geïsoleerd van de rest van de wereld. Veel mensen werden opgepakt omdat ze een andere mening waren toegedaan dan de gevestigde politieke orde. Steeds vaker betrof het kunstenaars, studenten en tangomusici die op de zwarte lijst en in de gevangenis belandde.

In de jaren 60 doet de rockmuziek zijn intrede en dringt de tango naar de achtergrond. De jeugd danst liever op de populaire rockmuziek. Ook de angst en censuur die de militaire junta’s na Perron met zich meenemen, doen de salons en concertzalen leeglopen en veel tangomaestro’s vluchten naar Europa en Amerika.

Zo ook Cocoliche, die naar New York vertrok. Hij vestigde zich op 8th Street, een gewelddadige wijk vol honger en woede met bendes die elkaar bevochten. De enige troost die hij vond was in de betoverende klanken van een bandoneon, die tot hem doordrongen door het openstaande raam van Bela Wilde, voormalig leerling van Rachmaninov. De bandoneon speelde weliswaar klassieke muziek, maar toch herinnerden haar klanken hem aan de tango en dat deed hem goed.

Deze bandoneon en het geluid dat zij voortbracht, behoorden toe aan niemand minder dan de kleine Astor Piazzola. Toen Astor vier was, verhuisde het gezin Piazzolla naar New York waar Astor op 8 jarige leeftijd een bandoneon cadeau kreeg. Hij was erg teleurgesteld, liever had hij een paar rolschaatsen gekregen, net als andere kinderen uit zijn wijk. Niet lang daarna verhuisde het gezin terug naar de Rio de la Plata, waar Astor muziekonderricht kreeg en zijn eerste walsen, ranchera’s en tango’s leerde spelen. Nauwelijks was hij gewend aan zijn nieuwe omgeving, of het gezin vertrok alweer terug naar New York, waar intussen veel veranderd was. Vicente, Nonino, de vader van Piazzolla had heimwee en zijn vurigste wens was dat zijn zoon vlijtig tango’s instudeerde om later  een groot bandoneonist te worden. Astor was echter andere mening toegedaan en hing liever op straat rond. En het was op straat dat Astor zich liet betoveren door de klanken van een pianoconcert van Bach die hem uit het raam van die zelfde Bela Wilde tegemoet kwamen. Met toestemming van zijn ouders nam hij voortaan les bij hem en bracht Bach’s composities over op de Bandoneon. Van toen af waren Astor en zijn Badoneon onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Er valt veel over Astor Piazolla te vertellen, een aparte lezing zou ik daarvoor aan hem kunnen weiden. Voor de geschiedenis van de tango betekend hij een nieuw hoofdstuk, het hoofdstuk dat Tango Nuevo heet. Al op zeventienjarige leeftijd bekleed al een positie binnen het orkest van de beroemde Anibal Troilo, maar verlaat dit in 1944 om zijn eigen muzikale ideeën te verwezenlijken. Hij stort zich op de klassieke- en later ook jazzmuziek. Een belangrijk keerpunt in zijn carrière volgt na een vraag die Nadia Boulanger, medescholiere van Ravel en lerares van Aaron Copland en Leonard Bernstein, hem na het lezen van één van zijn compositie stelde:

“Waar bent u in deze compositie? Waar is Astor Piazolla?” Piazzolla wist diep in zijn hart het antwoord, maar hij schaamde zich voor zijn verleden als tanguero en wilde er niet over praten. Na acht maanden dagelijks les van Nadia gehad te hebben vroeg ze hem opnieuw: “Wat heeft u eigenlijk in Buenos Aires gedaan en wie is Astor Piazzolla?” “Ik heb tango gespeeld, wel niet zo graag, maar ik heb tango gespeeld,” was het aarzelende antwoord. Nadia Boulanger vraagt hem een tango voor haar te spelen waarna ze zegt:”Deze muziek is zonder meer authentiek. Dit is de Piazzolla die me interesseert. Deze weg moet u gaan. Doet u wat Ravel, Strawinsky en Bartok hebben gedaan, die uit de muziek van hun volk iets nieuws, iets prachtigs hebben gemaakt. Op dat moment hield Astor op zich voor zijn verleden te schamen en werd alles wat er in hem zat bevrijd. Hij kreeg vleugels en componeerde iedere dag een nieuw stuk. Toen hij een concert bezocht van het octet van de beroemde Gerry Mulligan, kreeg hij het geniale idee de beste tangomusici van Buenos Aires bijeen te brengen en met hen een octet te vormen door het traditionele tangosextet uit te breiden met een drumstel en een elektrische gitaar. De Tango Nuevo was geboren.

Nadat het een tijdje stil blijft rond de tango, doet zij in de jaren 80, als ook het politieke regime in Argentinie wat stabieler wordt, opnieuw haar intrede. Met name de show “Tango Argentino” die in het begin van de jaren tachtig door Europa, de VS en Japan toerde en de invloed van de Tango Nuevo, deden het interesse voor de tango als dans weer opleven. Opnieuw was Parijs het startpunt van de (her)introductie van de Argentijnse tango. Hier was de première van Tango Argentino in 1983.
De hernieuwde belangstelling voor de tango wereldwijd heeft ook in Argentinië voor een opleving van de tango gezorgd. Nu zijn het echter niet de hogere klassen die het buitenland nodig hadden om de tango te leren waarderen, maar de jongere generatie in Argentinië.

Binnen de wereld van de tango is een nieuw tijdperk aangebroken met nieuwe muziek. Gotan Project heeft de gehele wereld veroverd met de cd ‘La Revancha del Tango’. De Deense DJ Rumpistol heeft een enkel pulserend tangonummer uitgebracht en er verschijnen tal van cd’s met titels als ‘Lounge Tango’ en ‘Piazzola Remixed’ waarop tal van DJ’s hun interpretaties van Piazzolla hebben gebundeld. Bands als Bajofondo Tango Club, Otros Aires en Tanghetto vormen een aanwinst in de zich voortdurend vernieuwende tangomuziek.

Ook In de dans zijn sinds tien jaar tekenen van vernieuwing zichtbaar. Parallel aan de muzikale ontwikkelingen wordt het strakke stramien van vroeger meer losgelaten. In de salon hoeft niet meer uitsluitend in de close embrace te worden gedanst, maar zijn er meerdere danshoudingen en -bewegingen mogelijk geworden, onder andere door elementen uit de Moderne Dans, Salsa en Swing. De traditionele abrazo blijft echter het uitgangspunt, maar variaties van gesloten naar open stijl en andersom zijn mogelijk om tot een eigentijdse, persoonlijke tango te komen.

De vraag is nu of wij hier over werkelijke vernieuwing van de Tango kunnen spreken, of over een muziek- en dansvorm geïnspireerd op de tango. Wie zal het zeggen, de tijd zal het leren, de wegen van de Tango zijn ondoorgrondelijk. Maar over één ding lijkt iedereen, waar ook ter wereld, het eens; de tango is en blijft een spannende, sensuele en harmonische interactie tussen twee mensen en de ziel van de muziek. Een dans van iedereen en niemand in het bijzonder.

Bronnen: Tango, de bewogen geschiedenis van een dans: Arne Birckenstock eb Helena Ruegg

Diverse websites.